'Europa moet niet alleen robots bouwen, maar ook de machines waarmee ze worden gemaakt'

28 augustus 2026

Wie industriële technologie volledig uit handen geeft, verliest uiteindelijk meer dan alleen productiecapaciteit. Je verliest ook de kennis om producten én productieprocessen verder te verbeteren. Dat is een centrale boodschap uit een bezoek van interviewer en investeerder Andreas Klinger van PROTOTYPE aan de Franse robotonderneming Wandercraft. Het bedrijf ontwikkelt humanoïde robots voor onder meer Renault en wil laten zien dat Europa nog altijd een eigen industriële technologieketen kan opbouwen.

De discussie over Europese technologische autonomie gaat vaak over halfgeleiders, cloud computing en kunstmatige intelligentie. Bij het Franse Wandercraft krijgt die discussie een veel tastbaardere vorm. Het bedrijf bouwt in Parijs robots die straks letterlijk in Europese fabrieken aan het werk moeten.

Tijdens een bezoek aan Wandercraft spreekt Andreas Klinger van het Europese investeringsfonds PROTOTYPE met het bedrijf over zijn technologie, productiestrategie en toekomstplannen. PROTOTYPE richt zich nadrukkelijk op Europese robotica, automatisering en maakindustrie. De boodschap die tijdens het bezoek naar voren komt, gaat dan ook verder dan de ontwikkeling van één opmerkelijke humanoïde robot. Het draait uiteindelijk om de vraag hoeveel van de industriële keten Europa zelf wil beheersen.

Niet alleen het product maken

Een interessant uitgangspunt daarbij is dat Europa niet uitsluitend eindproducten zou moeten produceren. Ook de machines waarmee die producten worden gemaakt, zouden zoveel mogelijk in Europa zelf moeten worden ontwikkeld en gebouwd.

Dat klinkt misschien als klassieke industriële politiek, maar er zit een belangrijke technische redenering achter. Wie zelf een productiemachine ontwikkelt, leert immers veel meer dan alleen hoe die machine moet worden gebouwd. Tijdens dagelijks gebruik wordt voortdurend duidelijk waar processen sneller kunnen, waar componenten te zwaar of te duur zijn, welke toleranties eigenlijk niet nodig zijn en waar software, aandrijftechniek of mechanica kan worden verbeterd.

Productie wordt daarmee een leerproces.

Juist de combinatie van ontwerp, productie en gebruik creëert industriële kennis. Wanneer een product in Europa wordt ontworpen maar de machines, componenten en uiteindelijk ook de productie elders vandaan komen, verdwijnt een deel van die feedbackloop. Ontwerpers zien minder direct wat er op de fabrieksvloer gebeurt en fabrikanten bouwen minder ervaring op met het verder optimaliseren van hun eigen productieapparatuur.

Voor robotica is dat extra belangrijk. Een humanoïde bestaat uit mechanische constructies, actuatoren, sensoren, elektronica, software en regeltechniek die voortdurend op elkaar moeten worden afgestemd. Verbeteringen aan één onderdeel hebben direct gevolgen voor andere delen van het systeem.

Wandercraft probeert die kennis zoveel mogelijk dichtbij te houden. Volgens het bedrijf komen alle onderdelen van de huidige robot uit Europa. Het achterliggende idee is duidelijk: niet eerst een Europese robot ontwerpen om vervolgens vrijwel de hele industriële keten naar Azië te verplaatsen.

Van exoskelet naar fabrieksrobot

Wandercraft is daarbij niet begonnen als fabrikant van industriële robots. De onderneming werd in 2012 opgericht door Nicolas Simon, Matthieu Masselin en Jean-Louis Constanza en ontwikkelde oorspronkelijk robotische exoskeletten voor mensen die niet of nauwelijks zelfstandig kunnen lopen.

Het bekendste systeem is Atalante X, een zelfbalancerend exoskelet voor revalidatie. Anders dan veel andere exoskeletten hoeft de gebruiker daarbij niet voortdurend met krukken zijn evenwicht te bewaren. Inmiddels wordt de technologie volgens Wandercraft op meer dan 150 klinische en onderzoekslocaties gebruikt. Daarnaast ontwikkelt het bedrijf Eve, een persoonlijk exoskelet dat uiteindelijk ook buiten klinieken gebruikt moet kunnen worden.

Juist die achtergrond blijkt waardevol voor industriële robotica. Een exoskelet dat een mens moet dragen, moet immers bijzonder stabiel en betrouwbaar zijn. Wandercraft heeft jarenlang gewerkt aan algoritmen die continu de positie van het lichaam berekenen en bewegingen corrigeren. Tegelijk moeten actuatoren voldoende kracht leveren om een persoon te ondersteunen.

Toen die mens uit de mechanische constructie werd gehaald, bleek er eigenlijk al een belangrijk deel van een bijzonder krachtige humanoïde robot aanwezig te zijn. Daaruit ontstond Calvin.

Calvin gebruikt dezelfde technologische basis

De eerste Calvin-40 werd volgens Wandercraft in slechts veertig dagen gebouwd. Dat betekent niet dat het bedrijf in veertig dagen een compleet nieuwe robottechnologie ontwikkelde. Integendeel: een groot deel van de techniek komt rechtstreeks voort uit meer dan tien jaar ontwikkeling van exoskeletten.

Klinger meldt in zijn video dat ongeveer 80 procent van de componenten overeenkomt met die van het exoskelet. Zelfs de mechanische architectuur wordt hergebruikt: onderdelen die in het exoskelet als benen functioneren, kunnen in aangepaste vorm als armen van de humanoïde worden ingezet.

Dat verklaart ook waarom Wandercraft zich niet primair richt op spectaculaire demonstraties met dansende of rennende robots. Calvin is nadrukkelijk bedoeld als industriële machine.

De robot heeft twee benen en twee armen, maar geen hoofd. Camera's en andere sensoren nemen de waarneming van zijn omgeving over. Het belangrijkste onderscheid met veel lichtere humanoïden is het vermogen om relatief zware lasten te verplaatsen. Dat sluit aan op werkzaamheden in fabrieken waar traditionele automatisering lastig is.

Renault wordt klant én productiepartner

Daar komt Renault in beeld. In juni 2025 nam Renault Group een minderheidsbelang in Wandercraft. Tegelijk sloten beide bedrijven een strategische overeenkomst. Daarbij ontstaat een opmerkelijke wisselwerking: Renault wordt klant van Wandercraft, maar helpt Wandercraft tegelijkertijd om zijn robots op industriële schaal te bouwen.

Renault beschikt immers over iets wat vrijwel geen enkele robot-startup bezit: tientallen jaren ervaring met het produceren van zeer complexe machines in grote aantallen en tegen scherpe kosten.

Wandercraft kan zelf honderden robots bouwen. Wanneer de aantallen richting duizenden of uiteindelijk tienduizenden gaan, ontstaat echter een geheel andere industriële uitdaging. Productontwerp, supplychain, kwaliteitscontrole, assemblagetijd en kosten moeten dan vanaf het begin op serieproductie zijn ingericht.

Renault wil Wandercraft juist op dat punt helpen. De autofabrikant brengt zijn expertise in massaproductie en zogenoemd design-to-cost in, terwijl Wandercraft de robotica- en AI-technologie levert.

Calvin werkt inmiddels in Douai

De samenwerking is inmiddels meer dan een ontwikkelprogramma. Calvin wordt daadwerkelijk getest en ingezet in de Renault-fabriek in Douai in Noord-Frankrijk.

Daar verplaatst de robot onder meer autobanden. Dat lijkt misschien een eenvoudige taak, maar het is precies het soort toepassing waarvoor humanoïden interessant kunnen worden. Banden zijn zwaar en moeten voortdurend worden verplaatst. Voor medewerkers is dat fysiek belastend, terwijl het werk zich niet altijd gemakkelijk laat automatiseren met een vaste industriële robot. Een mobiele robot op twee benen kan zich daarentegen door een omgeving bewegen die oorspronkelijk voor mensen is ontworpen.

Renault heeft inmiddels aangekondigd dat het tegen eind 2027 ongeveer 350 humanoïde robots in zijn Franse en Spaanse fabrieken wil inzetten. Eind 2026 moeten de eerste tien systemen operationeel zijn.

Daarmee is de samenwerking niet langer een kleine technologiedemonstratie. Renault maakt humanoïde robotica onderdeel van zijn bredere industriële strategie. Het concern wil tegen 2030 het aantal productie-uren per auto met 30 procent terugbrengen en rekent daarbij onder meer op AI, digital twins, traditionele automatisering en humanoïde robots.

Van honderden naar duizenden robots

Voor Wandercraft betekent dat dat het bedrijf snel moet opschalen. Het huidige team bestaat uit circa 175 mensen, verdeeld over Parijs en New York. In Parijs wordt gewerkt aan een aanzienlijk grotere productielocatie. Uit de video blijkt dat deze faciliteit ongeveer vier keer zo groot zal worden als de huidige locatie en uiteindelijk capaciteit bieden voor de productie van meer dan 2000 robots per jaar. Daarna kan Renault een deel van de productie op nog grotere schaal overnemen.

Renault zal bovendien waarschijnlijk niet de enige gebruiker blijven. Wandercraft ziet toepassingen bij andere autofabrikanten en toeleveranciers, maar ook in logistiek en andere industriële sectoren. Het bedrijf heeft bijvoorbeeld al een overeenkomst gesloten met de Italiaanse automotive-toeleverancier Sapa Group en zegt met een flink aantal Europese industriële bedrijven in gesprek te zijn. Jean-Louis Constanza van Wandercraft spreekt in de video zelfs over een Europese behoefte die uiteindelijk in de honderdduizenden robots kan lopen. Alleen al grote logistieke bedrijven zouden volgens hem op termijn duizenden of tienduizenden systemen kunnen inzetten.

De fabriek als technologielaboratorium

Misschien is juist dat schaalaspect het belangrijkste aan de samenwerking tussen Wandercraft en Renault. Een robot die tientallen uren in een laboratorium draait, levert iets anders op dan honderden robots die dagelijks in echte fabrieken werken. Iedere productieomgeving levert nieuwe gegevens op over bewegingen, slijtage, storingen, energiegebruik, veiligheid en taakuitvoering.

Daarmee ontstaat opnieuw die industriële feedbackloop: de robot wordt in Europa ontwikkeld, Europese fabrieken gebruiken hem, problemen uit die fabrieken komen terug bij de ontwikkelaars, zij passen mechanica, elektronica en software aan. Vervolgens kan ook het productieproces waarmee de robot zelf wordt gemaakt verder worden geoptimaliseerd.

Dat is wezenlijk anders dan technologie inkopen bij een leverancier aan de andere kant van de wereld.

Een bredere Europese vraag

Wandercraft staat daarbij symbool voor een bredere discussie over de positie van Europa in de volgende automatiseringsgolf. De Verenigde Staten hebben een sterke positie in AI en software, terwijl China enorme productiecapaciteit heeft opgebouwd in onder meer elektronica, batterijen, elektrische voertuigen en inmiddels ook humanoïde robotica.

Europa beschikt ondertussen nog altijd over een zeer grote maakindustrie, veel gespecialiseerde machinebouwers en grote bedrijven die complexe productieprocessen beheersen.

Volgens Klinger ligt juist daar een kans. Zijn fonds is opgericht met het expliciete uitgangspunt dat Europa zijn positie in robotica, automatisering en geavanceerde productie moet benutten in plaats van opnieuw een nieuwe technologiegolf grotendeels aan Amerikaanse en Chinese ondernemingen over te laten. Wandercraft en Renault laten zien hoe zo'n strategie er praktisch uit zou kunnen zien, meent hij. Niet alleen een robot in Europa ontwerpen, maar ook de onderdelen, productiekennis, productiemachines en uiteindelijke toepassing zoveel mogelijk binnen hetzelfde industriële ecosysteem houden.

Dat maakt het project interessanter dan Calvin alleen. Het gaat uiteindelijk niet om de vraag of één Franse humanoïde autobanden kan verplaatsen. Het gaat om de vraag of Europa opnieuw hele technologische productieketens kan opbouwen en daarbij de belangrijkste kennis zelf blijft ontwikkelen. En precies daar ligt mogelijk de grootste waarde van een robot die voorlopig vooral banden door een fabriek in Douai sjouwt.