Vier grote internationale organisaties op het gebied van robotica en industriële automatisering gaan nauwer samenwerken om robottechnologie hoger op de politieke agenda te krijgen. Met de ondertekening van de Barcelona Declaration on Robotics and Automation 2026 willen zij overheden aansporen om nationale roboticastrategieën te ontwikkelen, investeringen te stimuleren en meer aandacht te besteden aan onderwijs, vaardigheden en internationale standaarden.

De verklaring is ondertekend door de International Federation of Robotics (IFR), de Amerikaanse Association for Advancing Automation (A3), de Duitse brancheorganisatie VDMA Robotics + Automation en de Spaanse vereniging AER Automation. Samen vertegenwoordigen de vier organisaties meer dan 3.000 bedrijven en instellingen die wereldwijd actief zijn in robotica en automatisering.

Met het akkoord krijgt een initiatief dat vorig jaar werd gepresenteerd een permanent karakter. De betrokken organisaties willen niet langer alleen een gezamenlijke visie uitdragen, maar structureel met overheden, industrieorganisaties en publieke instellingen samenwerken aan beleid dat de ontwikkeling en toepassing van robotica versnelt.

Robotica als strategische technologie

Volgens de ondertekenaars moet robotica niet uitsluitend worden gezien als een technologisch onderwerp of als een instrument om arbeidskosten te verlagen. Robots spelen volgens hen een steeds belangrijkere rol bij het verbeteren van de productiviteit, het versterken van de concurrentiekracht en het opvangen van personeelstekorten.

Dat geldt niet alleen voor de maakindustrie. Robotica wordt ook steeds vaker ingezet in logistiek, gezondheidszorg, landbouw, bouw, inspectie en onderhoud. De organisaties willen daarom dat overheden robotica behandelen als een strategische technologie voor economische én maatschappelijke ontwikkeling.

De Barcelona Declaration bevat tien aandachtspunten voor beleidsmakers. Een van de belangrijkste aanbevelingen is het ontwikkelen van een nationale roboticastrategie. Overheden zouden daarin doelstellingen kunnen vastleggen voor onderzoek, investeringen, onderwijs, infrastructuur en de toepassing van robots binnen verschillende sectoren.

Ook moeten de algemene investeringsvoorwaarden worden verbeterd. De organisaties denken daarbij onder meer aan fiscale maatregelen die het voor bedrijven aantrekkelijker maken om in automatisering te investeren. Vooral kleinere en middelgrote ondernemingen hebben volgens de verklaring ondersteuning nodig, omdat de kosten en complexiteit van robotprojecten voor deze bedrijven nog vaak een hoge drempel vormen.

Overheid moet robots zelf gebruiken

Opvallend is de oproep dat overheden robots niet alleen moeten reguleren, maar ook zelf moeten toepassen. Publieke organisaties kunnen bijvoorbeeld robottechnologie inzetten in de zorg, infrastructuur, afvalverwerking, inspectie en noodhulp.

Door zelf als gebruiker op te treden, kunnen overheden ervaring opdoen met de mogelijkheden en beperkingen van de technologie. Tegelijkertijd kan publieke vraag helpen om nieuwe toepassingen sneller van de demonstratiefase naar grootschalig gebruik te brengen.

De verklaring vraagt daarnaast om meer aandacht voor robotica in het onderwijs. Leerlingen en studenten zouden al vroeg kennis moeten maken met automatisering, programmeren en technische systemen. Daarmee willen de organisaties voorkomen dat het tekort aan technisch geschoolde medewerkers de verdere invoering van robotica afremt.

Ook de gevolgen voor de arbeidsmarkt moeten volgens de ondertekenaars realistischer worden besproken. Het debat over robots richt zich vaak op het verdwijnen van banen, terwijl automatisering ook nieuwe functies creëert en zwaar, gevaarlijk of repetitief werk kan overnemen. De organisaties pleiten daarom voor communicatie waarin zowel de kansen als de veranderingen voor werknemers aan bod komen.

Zorgrobots en toegankelijke automatisering

Een afzonderlijk aandachtspunt is de ontwikkeling van robots voor zorg en ondersteuning. Door de vergrijzing en het groeiende tekort aan zorgpersoneel neemt de behoefte toe aan technologie die medewerkers en patiënten kan helpen. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om robots voor fysieke ondersteuning, transport, revalidatie of werkzaamheden in zorginstellingen.

Tegelijkertijd moet robotica volgens de verklaring toegankelijker worden. Niet alleen grote multinationals, maar ook kleinere ondernemingen, ziekenhuizen, publieke instellingen en onderwijsorganisaties moeten de technologie kunnen gebruiken. Eenvoudigere systemen, open standaarden, financiering en kennisdeling kunnen daarbij een belangrijke rol spelen.

Internationale standaarden

De organisaties waarschuwen verder voor een versnippering van regelgeving en technische eisen. Zij geven de voorkeur aan internationale standaarden boven afzonderlijke regionale normen. Verschillende regels per land of regio kunnen de kosten verhogen en het voor fabrikanten moeilijker maken om robots wereldwijd op de markt te brengen.

Regelgeving moet volgens de verklaring bovendien kunnen meebewegen met de snelle technologische ontwikkeling. Regels zijn nodig voor veiligheid, aansprakelijkheid en verantwoord gebruik, maar mogen innovatie en investeringen niet onnodig afremmen.

Een laatste prioriteit is het verkleinen van de afstand tussen innovatie en schaalvergroting. Veel robottechnologie wordt met succes getest in onderzoeksprojecten en proefopstellingen, maar bereikt vervolgens niet de commerciële markt. De ondertekenaars willen dat overheden meer aandacht besteden aan de fase tussen een succesvolle demonstratie en brede industriële toepassing.

De vier organisaties hebben afgesproken om permanent met beleidsmakers in gesprek te blijven. Zij willen technische expertise en marktgegevens beschikbaar stellen, regelmatig rapporteren over de voortgang en de verklaring op termijn openstellen voor meer nationale en internationale roboticaorganisaties.

Daarmee moet de Barcelona Declaration uitgroeien tot een internationaal referentiekader voor beleid rond robotica en automatisering. De centrale boodschap is dat landen die hun industrie concurrerend willen houden, niet alleen technologie moeten ontwikkelen, maar ook de voorwaarden moeten creëren om die technologie op grote schaal te gebruiken.