De wereld kijkt vaak naar Silicon Valley en Shenzhen wanneer het over AI, geavanceerde chips en humanoid robots gaat. Maar twee recente ontwikkelingen uit Europa laten zien dat innovatie dichter bij huis minstens zo snel gaat. Terwijl de geopolitieke discussie draait om technologische afhankelijkheid en strategische autonomie, bouwen Europese spelers aan alternatieven die zowel vernieuwend als toegankelijk zijn. Eén daarvan is het Franse Pollen Robotics, dat met zijn open-source humanoid Reachy Mini een opvallende nieuwe richting inslaat voor de Europese roboticasector.
Tijdens AI Pulse, een conferentie van het Europese cloudbedrijf Scaleway, trok Pollen flink de aandacht. Hun compacte humanoid robot, Reachy Mini geheten, werd daar live-on-stage gekoppeld aan real-time speech-to-text en text-to-speech-technologie. Het resultaat was een robot die vrijuit gesprekken kon voeren, zonder script, volledig aangestuurd door stemcommando’s. Stem, taal, gebaren en persoonlijkheid vloeiden samen tot een vorm van interactie die tot voor kort was voorbehouden aan veel grotere en complexere systemen. Juist de eenvoud en open benadering maken Reachy Mini interessant voor de industrie: het biedt een laagdrempelig platform om te experimenteren met menselijke interactie, robotmanipulatie en door AI aangedreven besturing.
Waar veel humanoid-projecten zich richten op indrukwekkende fysieke prestaties of puur commerciële schaalbaarheid, slaat Pollen Robotics een andere weg in. Het bedrijf ziet open source niet alleen als een licentiemodel, maar vooral ook als een manier om de internationale gemeenschap actief te betrekken bij de ontwikkeling van robots. Door de volledige werking van de robot inzichtelijk te maken – inclusief de manier waarop sensordata wordt vastgelegd en verwerkt – ontstaat een transparant ecosysteem waarin veiligheid, samenwerking en aanpasbaarheid centraal staan. Voor sectoren waar mens-robotinteractie belangrijk is, zoals productie, logistiek of zorg, is die openheid een belangrijke voorwaarde om met humanoids te experimenteren zonder risico’s te verbergen achter gesloten technologie.
Pollen ontwikkelt al langer robotplatforms die vooral uitblinken in manipulatie: het vermogen om objecten precies en veilig vast te pakken, te verplaatsen en te positioneren. De Reachy Mini past in deze traditie, maar maakt het door zijn compacte formaat en open-source ontwerp mogelijk om humanoid-interactie letterlijk op het bureau te brengen. Daarmee kan een engineer, onderzoeker of productontwikkelaar snel prototypes bouwen, nieuwe bewegingen testen of AI-gedrag trainen zonder grote R&D-labs of zware infrastructuur. In combinatie met de open community rond het platform ontstaat een vorm van innovatie die breder en inclusiever is dan de vaak gesloten trajecten van Chinese robotfabrikanten.
Het Europese ecosysteem laat echter niet alleen op roboticagebied nieuwe mogelijkheden zien. In Eindhoven werkt start-up Euclyd aan een AI-chip die volgens oprichter Bernardo Kastrup tot honderd keer minder energie verbruikt dan huidige chips van Nvidia. De chip, waarvan de eerste prototypes begin 2026 in Eindhoven arriveren, is ontworpen om het energieverbruik van AI-infrastructuren drastisch terug te dringen. Dat helpt zeker ook de industrie die met AI-chips die lagere kosten en minder energie gebruiken een grote stap vooruit kan zetten. Het feit dat Samsung de productie ondersteunt, laat zien dat de technologie niet langer een lokaal experiment is, maar een mogelijke Europese troefkaart in de wereldwijde chip/AI-sector.
Samen schetsen Pollen Robotics en Euclyd een veel breder beeld dan het stereotype van Europa als volger van Amerikaanse en Chinese innovatiereuzen. Waar grote spelers zich vooral richten op schaal en marktmacht, experimenteren Europese bedrijven met openheid, energie-efficiëntie en mensgerichte ontwerpprincipes. De demonstratie van de zogeheten ‘conversational humanoid’ bij Scaleway toont vooral aan dat humanoid robots niet alleen een technologische wedloop zijn, maar ook een ontwerpvraagstuk rond toegankelijkheid en betrouwbaarheid. En precies op dat terrein heeft Europa een sterke traditie.
Voor managers en engineers in de industrie betekent dit dat de Europese markt snel volwassen wordt. Experimenteerplatformen zoals de Reachy Mini maken het mogelijk om vandaag al te onderzoeken hoe humanoid robots kunnen worden ingezet voor assemblage, training, foutdetectie of mens-machine-interactie. Tegelijk kunnen energiezuinige chips zoals die van Euclyd helpen om de groeiende AI-last in productieomgevingen beheersbaar te houden.