De Nederlandse start-up Battolyser Systems, een spin-off van de TU Delft, ontwikkelt een waterstofbatterij die zowel energie opslaat als groene waterstof produceert. Een revolutionaire uitvinding die een emissievrije toekomst dichterbij brengt.

Pieter Levecque van Battolyser Systems spreekt tijdens het Power Electronics & Energy Storage event, op 27 juni in Den Bosch, over het ontwikkelproces van de Battolyser: van slim idee tot produceerbaar prototype.

De techniek van de Battolyser is niet nieuw, aldus de Research Manager. “De technologie is gebaseerd op de ijzer-nikkelbatterij, ontwikkeld door Thomas Edison in de vroege jaren 1900. Edison ontdekte dat deze batterij waterstof produceert als hij volledig verzadigd is. Hij zag dat destijds als een nadeel, maar professor Fokko Mulder van de TU Delft zag juist de voordelen. Zo bedacht hij een eeuw na Edisons ontdekking de blauwdruk voor de huidige Battolyser.”

Waterstofbatterij

De ‘waterstofbatterij’ slaat overtollige hernieuwbare energie op die wordt opgewekt door bijvoorbeeld zonnepanelen of windmolens. Vrij snel nadat de batterij gaat laden, produceert het waterstof. Levecque: “Je laadt de batterij op als de energie goedkoop is en als de stroom duur is, levert de Battolyser stroom terug aan het net. De geproduceerde waterstof kan geïntegreerd worden in een industrieel netwerk of dienen als energieopslag. Een duurzame en kosteneffectieve oplossing.”

De Battolyser kan direct omschakelen van waterstofproductie naar het ontladen van de batterij. Dat is niet alleen uniek in Nederland maar ook wereldwijd. “De Battolyser combineert de voordelen van de traditionele nikkel-ijzer batterij en waterstof. Hierdoor kan het groene waterstof aanvoeren tegen het laagst mogelijke tarief,” aldus Levecque. Vanwege de flexibiliteit en de kosteneffectiviteit is de belangstelling vanuit het bedrijfsleven groot. “De Battolyser is zeer geschikt voor grote industriële partnerships, zoals windmolen-en zonneparken, energiebedrijven en de mijnbouw.”

Pilot en prototype

Op 26 april 2023 vertrok een pilotopstelling in een 6-meter-lange schipcontainer naar Eemshaven. Een groot contrast met de labopstelling waarmee Mulder circa twintig jaar geleden zijn eerste experiment uitvoerde. Levecque: “Het verschepen van dit systeem was een belangrijke mijlpaal waar we trots op zijn. Het betekent een externe erkenning dat we een functioneel en veilig systeem kunnen afleveren. De volgende stap is de prototypefase, de Battolyser 2, die midden 2024 gepland is. Over een jaar of twee, als alle onderzoeken en testen zijn afgerond, willen we verder opschalen naar productie en een fabriek openen in Rotterdam.”   

Ambitieuze doelen

Om deze ambitieuze doelen te realiseren is de hulp van supply chain-partners onontbeerlijk gebleken, legt Levecque uit. “Het is geen gemakkelijke taak om van een geweldige uitvinding een commercieel product te maken. Het vereist samenwerking met partners in de hele keten en dat ging niet vanzelf. We hebben deze reis naar commercialisering bewust in Nederland ondernomen met voornamelijk Nederlandse bedrijven. Een voorbeeld hiervan is de NL H2 Delta-aanvraag voor het Nederlands Nationaal Groeifonds met twaalf consortiumpartners om een maakindustrie voor waterstof te realiseren.  Dankzij de samenwerking met commerciële partijen en subsidieverstrekkers kregen we toegang tot de middelen en expertise die nodig zijn om de technologie op de markt te brengen.”

De tijdsgeest is het bedrijf gunstig gezind want om de Europese zero-emissie doelen van 2050 te kunnen halen, moeten bedrijven echt anders met energie omgaan. In 2025 hoopt Battolyser Systems klaar te zijn om de Battolyser op grote schaal te produceren voor de markt.

Kijkje achter de schermen

De presentatie van Pieter Levecque biedt een unieke gelegenheid om meer te weten te komen over de techniek achter de Battolyser. Ook is er volop gelegenheid om vragen te stellen en om persoonlijk kennis te maken met de makers van deze bijzondere technologie. Het bezoek aan de presentatie en het event is kosteloos, maar je moet je wel van tevoren registeren via de website van de FHI.

Bron: FHI

Altijd op de hoogte blijven?