Tijdens de Hannover Messe 2026 presenteerde Bosch een nieuwe stap in de digitalisering van de industrie. Onder de noemer Manufacturing Co-Intelligence introduceert het bedrijf een aanpak waarin mens, machine en kunstmatige intelligentie niet langer los van elkaar opereren, maar samenwerken binnen één geïntegreerd systeem. Het doel: fabrieken niet alleen slimmer maken, maar vooral beter laten functioneren - 'at scale'.
Van losse optimalisaties naar samenhang
Waar veel industriële AI-projecten zich tot nu toe richten op afzonderlijke toepassingen — bijvoorbeeld predictive maintenance of kwaliteitscontrole — kiest Bosch voor een bredere benadering. De kern van Manufacturing Co-Intelligence is het verbinden van verschillende technologieën en processen tot één gecoördineerd geheel.
Die stap is volgens Bosch noodzakelijk. Fabrikanten hebben steeds meer data tot hun beschikking, maar slagen er vaak niet in om die effectief om te zetten in operationele waarde. De complexiteit van IT- en OT-systemen groeit sneller dan organisaties kunnen bijbenen. Het gevolg is dat inzichten blijven hangen in dashboards, zonder dat ze daadwerkelijk leiden tot actie op de werkvloer.
Drie bouwstenen voor een nieuwe fabriek
De oplossing die Bosch presenteert, rust op drie technologische pijlers. Allereerst is er Semantic Data Management, waarmee data uit machines, producten en processen wordt samengebracht in één uniforme datastructuur. Die data wordt vervolgens vertaald naar digitale tweelingen, zodat systemen en processen beter te analyseren en te begrijpen zijn.
Daarbovenop draaien zogenoemde agentic AI-systemen: autonome softwarecomponenten die niet alleen analyseren, maar ook beslissingen voorbereiden en processen aansturen. Tot slot zorgt een laag van shopfloor-oplossingen ervoor dat inzichten daadwerkelijk worden omgezet in concrete acties op de werkvloer.
Het onderscheidende element zit in de samenwerking tussen deze componenten. Met zogeheten Agentic Flows worden verschillende AI-agents, tools en databronnen samengebracht in end-to-end workflows die over systemen en afdelingen heen lopen.
AI die samenwerkt op de werkvloer
Een concreet voorbeeld is de combinatie van een shopfloor-agent met een maintenance-agent. Samen begeleiden zij onderhoudsteams tijdens een ongeplande storing: van diagnose en interventie tot documentatie. Daarbij wordt kennis die in één fabriek wordt opgedaan direct beschikbaar voor andere locaties binnen het netwerk.
Die vorm van samenwerking markeert een verschuiving in de rol van AI in de industrie. Waar AI eerder vooral werd ingezet als analysetool of ‘copilot’, verschuift de focus nu naar systemen die daadwerkelijk handelen binnen operationele processen.
Meetbare impact op productiviteit en kosten
Volgens Bosch levert deze geïntegreerde aanpak duidelijke resultaten op. Klanten realiseren productiviteitsverbeteringen van 5 tot 15 procent en weten operationele problemen tot 50 procent sneller op te lossen. In specifieke toepassingen kunnen kostenbesparingen oplopen tot 30 procent.
Opvallend is dat Bosch deze claims onderbouwt met schaal. Het bedrijf spreekt over meer dan 700 miljoen digitale tweelingen en ruim 1,3 miljard semantisch beschreven producten die al in industriële omgevingen worden gebruikt. Daarmee positioneert het zijn aanpak nadrukkelijk als bewezen op grote schaal, en niet als experimentele technologie.
Samenwerking met IT-partners
De implementatie van dit soort systemen vraagt om nauwe samenwerking tussen industriële en IT-partijen. Bosch werkt hiervoor onder meer samen met Microsoft en Capgemini. Microsoft levert cloud- en AI-infrastructuur, terwijl Capgemini optreedt als integratiepartner voor complexe IT-landschappen.
Die samenwerking onderstreept een bredere trend binnen de industrie: de grenzen tussen IT en OT vervagen. Moderne fabrieken zijn afhankelijk van zowel robuuste operationele systemen als schaalbare IT-platforms, en de integratie daarvan wordt steeds crucialer.
Stap richting autonome fabriek
Met Manufacturing Co-Intelligence® zet Bosch een volgende stap richting wat vaak wordt omschreven als de autonome fabriek. Toch ligt de nadruk niet op volledige automatisering, maar juist op samenwerking. Menselijke expertise blijft een centrale rol spelen, maar wordt ondersteund door systemen die sneller en consistenter kunnen handelen.
Voor industriële bedrijven betekent dit dat de uitdaging verschuift. Niet zozeer het implementeren van losse AI-toepassingen staat centraal, maar het organiseren van samenwerking tussen data, systemen en mensen op schaal.